Stagnight in Amsterdam!

Amsterdam, zaterdag / zondag, 10 en 11 mei 2008

…John was hier, met nog 5 andere mannen. Eén daarvan is Ian, een van zijn beste vrienden. Ian gaat 14 juni trouwen en zijn vrijgezellenweekend was hier, in Amsterdam. ‘No girlfriends allowed’ was me ver van tevoren al verteld, maar John zou wel proberen tussendoor een paar uur de groep te verlaten om mij te zien. Dat lukte afgelopen zaterdag. Heerlijk in het zonnetje zitten was er alleen niet bij. Na 2 avonden flink drinken kon hij de zon niet goed verdragen en ik moet zeggen, niet heel erg, want we hebben allemaal wel gevoeld hoe warm het was afgelopen weekend. Na een paar uur vonden we een vrij plekje in de schaduw van een grote boom in het Vondelpark en net toen we wilden gaan zitten kwam Ian met een andere maat voorbij. Met kloppend hart maakte ik kennis. Na bijna anderhalf jaar was dit immers de eerste live kennismaking met iemand die, behalve ikzelf, deel uitmaakt van het leven van John!! Na 2 minuten glimlachen werd ik uitgenodigd die avond mee te gaan om een borrel te drinken. In the pocket dacht ik natuurlijk.

We namen kort afscheid zodat ieder zich even op kon frissen en rond een uur of 8 ’s avonds vond ik John weer terug en zijn we bij Nam Kee op de Nieuwmarkt wat gaan eten. Ian belde hem op een gegeven moment om af te spreken en luidkeels herhaalde John ‘ok, so the bar opposite of Moulin Rouge right?!’, niet doorhebbend dat onze buren aan de tafeltjes om ons heen fronsend onze richting op keken. O…k…

Ik had afgesproken dat ik zou ‘mogen’ blijven tot een uur of 12, want het was per slot van rekening toch een vrijgezellenweekend. ‘Natuurlijk’ zei ik, maar ‘we zien wel hoe het loopt’ was wat ik dacht. Ian en ik konden het al snel goed met elkaar vinden en ook de andere jongens gaven me een vertrouwd gevoel. Na een paar biertjes en wat sterke verhalen (jaja, ook ik wist de heren te verrassen met wat inside stories over John) verlieten we de drukke straten van de rosse buurt en belandden we in een sportsbar in de Warmoesstraat. Daar had ik mijn eerste ervaring met een ‘slippery nipple’, een shot met zambuca en baileys en vanaf dat moment werd ik (zo zei John) de entertainer van de avond en drong Ian erop aan dat ik de hele avond zou blijven.

Allemaal leuk en aardig, maar de drank zorgde er ook voor dat ik me nogal aanpaste aan het mannelijk geslacht en stoer met ze meeliep naar een pinautomaat voor wat extra euro’s want ‘we gaan nog niet naar huis!!’ hahaha. Het zal misschien 15 minuten later zijn geweest dat ik me opeens in de rij bevond voor Casa Rosso en wat geld inwisselde voor gratis drank coupons en een lolly kreeg in de vorm van een heuse … je weet wel 😉 Ik besefte het bijna niet eens maar sodeju, ik ben doodleuk en zonder gêne een sexclub binnen getreden!! (met mij overigens naast vele mannen ook vele andere vrouwen) In het kleine theater lagen 2 dames op het podium elkaar op allerlei manieren te bevredigen. Na een minuut of 10 werden ze afgelost door een blondine die erg gewillig poses aannam die door haar mannelijke partner werden toegefluisterd. Deed het me iets? Helemaal nul. Deed het de heren wat? Niet echt. Ian en ik hadden 2 stoelen gevonden en hadden het tijdens de shows alleen maar over John en mij en keken bijna niet eens. Het was gewoon net alsof je naar slechte reclame zit te kijken voordat er een film begint. Het is zo enorm dierlijk, en alles gaat op de automatische piloot. In plaats van opwinding voelde ik eerder een plaatsvervangende schaamte. Een act later vonden we een rij stoelen waar we met zijn allen konden zitten maar het begon iedereen al snel te vervelen en zodoende zijn we vertrokken.

Via een friettent en de Kalverstraat kwamen we terecht bij Odeon op de Singel. Jammergenoeg was het benedengedeelte dicht waardoor we ons verplicht moesten vermaken op de tweede verdieping waar helaas niet al te goeie house werd gedraaid. Een paar van de heren haakten af en zo bleven Ian, John en ik over tot de lichten aan gingen. Niet veel later zaten we met zijn 3 in een taxi naar het Hilton hotel. Ja, volgens Ian kon John zijn mrs. (ja ja, dat ben ik 🙂 ) nu niet alleen naar huis laten gaan dus dan moest ik maar mee. Ik was nog dusdanig zat dat ik het allemaal prima vond, maar als je de volgende ochtend met 2 heren een twin kamer uit loopt hoop je toch vurig dat niemand dat ziet…

Ik moet zeggen ‘petje af’ dat die mannen drie avonden achter elkaar hebben kunnen drinken zonder daadwerkelijk dood te gaan, want ik was mega brak gister, en dat na slechts 1 zo’n avond. Heb nog wat gegeten met Ian en John en ze daarna op de trein naar Schiphol gezet, maar was toen redelijk op.

Ik zal mijn eerste (en waarschijnlijk laatste) mannelijke vrijgezellenavondje niet snel vergeten vermoed ik. Het was dan ook een uitzonderlijke avond…

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Back where I started!

Sydney, maandag 22 januari 2007

Het meest de moeite waard om te stoppen tussen Brisbane en Sydney is Byron Bay. En laat ik dat nu net al gezien hebben toen John nog in het land was. Ik bespaarde me dan ook de lange busreis langs alle andere plaatsjes tussen deze grote steden en zat om 12 uur die maandag in het vliegtuig naar Sydney.

Ik had geen behoefte meer om midden in een populaire wijk te zitten van waar ik óf met een metro op het centraal station terecht kon komen óf een heeeeeeel stuk zou moeten lopen. Dit zouden mijn laatste dagen zijn en ik wilde op mijn laatste dag zowiezo snel op het vliegveld kunnen zijn, hetgeen goed te doen was vanuit de jeugdherberg die ik had geboekt, The Railway Square YHA!

Het was weer even wennen om dingen als ‘aankomen in een (nieuwe) stad en naar een hostel gaan’ alleen te beleven en de enige die goed voor kon stellen hoe het was en waar ik was, was een paar dagen ervoor net vertrokken. Om dit toch nog te kunnen delen schreef ik het van me af in een email:

"It’s 4.25 pm now. My flight was good. The moment we took off I fell asleep and when I woke up it was just half an hour before landing. For the first time in my travel history my bag came out first on the conveyor belt which was quite nice for a change. 2 Minutes later a lady helped me getting shuttlebus tickets for today and Thursday and another minute later I took the last seat on the airport minibus that left right away, taking everyone into town. The first drop off was at my hostel, again, lucky me! And at the hostel there was no line so I checked in within 30 seconds. I must say, I have never experienced such a smooth trip as I had this afternoon.
The hostel is nice, I sleep in an old train carriage with 3 other girls, everything is secured with keycards, it’s clean and there’s a lot of space. Off course there is a back side…DIRTY BACKPACKERS! 🙂

By the way, weather forecast in Sydney for the next 3 days: RAIN! Hope not tomorrow as I want to go to Manley tomorrow."

Img_0978_4De 3 meiden waarmee ik het ‘treinstel’ deelde bleken 3 heuse dames te zijn. Ik vond ze al zo rustig toen ik ’s avonds (nadat ik een aantal uren achter het internet had gezeten) al slapend aantrof. De volgende ochtend waren ze echter al vroeg in de weer en toen zag ik pas dat de gemiddelde leeftijd het twee en een half voudige was van wat ik oorspronkelijk dacht…

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Stadswandelingetje

Brisbane, zondag 21 januari 2007

Dat het zondag was was al snel merkbaar. Wat een kalmte op straat. Heerlijk overzichtelijk als je je weg probeert te zoeken van de ene wijk naar de andere. Desalniettemin ook een beetje jammer omdat het dan juist opvalt dat je dé toerist bent aangezien je om de haverklap de Lonely Planet uit je tas haalt om je route te checken op het hierin te bezichtigen kaartje.

Ik wilde die dag de Walking Tour uit de LP doen. Deze wandeling van zo’n 6 km. zou je langs de meest interessante highlights van de stad brengen. Het klassieke stadhuis was het beginpunt waar vandaan je over King George square kon lopen tussen al de standbeelden door…prachtig… tenminste, als het stadhuis en het plein niet af waren gesloten voor renovatie. 😦 Via een eeuwig brandende vlam (ter nagedachtenis van de Australische gevallenen tijdens de 1e WO) en het oude postkantoor (ja, oud, maar in een steegje dus niet heel bijzonder) kwam ik uit bij St Stephen’s Cathedral. Een kerk uit 1874 (de oudste van de stad) temidden van hoge blinkende glazen skyscrapers, een apart gezicht natuurlijk. Toen ik de kerk binnen kwam in mijn korte broek en slippers was er op dat moment een huwelijksceremonie aan de gang. In de verte kon ik het bruidspaar zien staan en achter me kwam nog een opgedirkte tante de kerk binnen die zich op 1 van de bankjes zetelde dichtbij het toekomstige echtpaar. Ondanks dat er nog 2 of 3 mensen in zomerkleding stonden te kijken voelde ik me toch slecht op mijn gemak daar en ben weer naar buiten geslopen. Aan de zijkant van de kerk stond een deur open en daar heb ik nog even om het hoekje gekeken. Ik had zo graag willen horen wat er allemaal gezegd werd maar daar was de akoestiek net niet goed genoeg voor. Toen de bruid na 10 minuten over haar schouder kort mijn richting op keek (niet dat ik goed zichtbaar was hoor) voelde ik me toch wel ernstig betrapt en ben langzaam uit hun zicht verdwenen.

Aan het einde van de Queen street, met alle shops waar ik eerder over heb gesproken, kwam ik uit bij het voormalig Treasury Building (zoiets als onze Nederlandse Bank). Het gebouw, dat in Italiaans Renaissance stijl is gebouwd, heeft nu een heel andere functie waarbij de basis, geld, nog wel in ere is gehouden (da’s toch aardig!). Het is nu namelijk een casino! 🙂

Via een lange straat met aardige, maar niet zulke fotogenieke, gebouwen kwam ik bij de botanische tuinen terecht. Was het in de stad rustig, hier was het nog rustiger. Heerlijk! Bizar om op het gras tegen een palmboom te zitten en dan uit te kijken op de redelijk dichtbije skyline van Brisbane. Een tegenstrijdigheid, maar toch past het op de één of andere manier…

De route zou worden vervolgd naar de andere kant van de Brisbane River. Ik kon óf teruglopen richting Victoria Bridge, over de brug en dan teruglopen aan de andere kant van het water, óf, net als wat anderen, wachten bij de veerboot stop op een boot die je naar de overkant zou brengen. Een k-stukkie van 2 minuten maar ach, als backpacker moet je altijd alle soorten van transport hebben geprobeerd is mijn motto…en in elke stad opnieuw! 🙂

South Bank Parklands, dáár was iedereen dus! Een erg gezellige boel met een stadsstrand, waaromheen hotdogs en ijsjes werden verkocht, een aantal bistrootjes in de buurt en een cultureel openluchtpodium waar op het moment dat ik er was net het einde werd getoond van een film.

En zo was het alweer bijna etenstijd en liep ik rustig weer terug naar mijn hostel. Ook die avond kon ik de steak van nog geen 6 ozzie dollar niet weerstaan. Geen Ierse vrienden deze avond maar een vriendelijke kok die door het keukenluik om de haverklap naar me glimlachte. Tijd om te gaan dus! 🙂

Foto’s dag 65

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Afscheid

Brisbane, zaterdag 20 januari 2007

Al vroeg braken we die morgen de tent af. Het was de dag dat John naar huis zou gaan en mij alleen zou achterlaten. Ook in Zuid-Amerika heb ik ervaren hoe snel een hechte vriendschap kan ontstaan wanneer je samen reist. Nog altijd heb ik contact met Frank waar ik destijds 6 weken mee ben opgetrokken. Dat zou niet anders zijn met John, na 4 weken samen een stukje van de wereld te hebben gezien.

We stopten voor vertrek nog even bij het hostel waar David verbleef om spullen uit onze auto in de zijne te doen. Campingspullen met name, want die hadden we niet meer nodig. Zelf zou ik niet gaan camperen en aangezien ik niet van plan was in mijn eentje een auto te gaan huren tijdens mijn laatste dagen zou ik graag lichtbepakt blijven en enkel en alleen mijn rugtas met me mee dragen.

De rit naar Brisbane verliep rustig en zonder al teveel gepraat. We leverden de auto in op het vliegveld, pakten onze spullen bijeen en ja, dat was het dan! 😦 Het was net of mijn reis op dat moment ook even afgelopen was, ondanks dat ik zelf nog een week had. Het was dus even snel omschakelen. John ging richting zijn vliegtuig en ik richting mijn trein die me naar het Roma station in Brisbane zou brengen. Vlak bij het station had ik een hostel geboekt. Een berichtje wat ik mijn net uitgezwaaide reisgenoot toen schreef beschrijft een beetje mijn middag:

"I’m here in Brisbane on the 4th floor of my hostal behind a global gossip computer, just 8 steps (I counted twice) from my 27 ozzie dollar bed. Roma station is just around the corner, too easy! My laundry is in the washing machine and I can get rump steak tonight in the bar below for 5.90 ozzie dollar. It’s just Val mekka over here! 🙂 Well, apart from what is walking around in this hostal, all filth!! Greasy, dirty, smelly backpackers!(haha)"

Die avond heb ik inderdaad die steak besteld en heb in mijn eentje in de bar gezeten. Niet voor lang hoor. Ik werd al snel vergezeld door 4 Ierse jongens waar ik gezellig mee gebabbeld heb. Ze wilden die avond uitgaan en vroegen of ik mee ging, maar behalve dat ik met 4 jongens stappen (en Ierse ook nog!) een beetje intimiderend vond, was ik moe en koos ik ervoor binnen te blijven en vroeg te gaan slapen. Immers, ik wilde mijn tijd nog goed benutten in Brisbane want maandag zou ik alweer vertrekken!

Geplaatst in Uncategorized | 3 reacties

Peace man!

Byron Bay, donderdag 18 en vrijdag 19 januari 2007

Na een luxe ontbijtje met fruit, cruesly en yoghurt reden we naar het strand en parkeerden de auto bij Wategos Beach. De wandeling vanaf daar was super. De heuvel waar we omheen liepen was zo groen en deed me wanen in een stukje Schotland (hoewel ik er nooit ben geweest, maar zo stel ik het me een beetje voor). De zee waar we langs liepen was dusdanig helder dat we vanaf redelijke hoogte toch nog beneden ons de roggen konden zien zwemmen. En opeens waren ze er, dolfijnen! Een school van die mooie beestjes sprong soepel over golven heen en volgde als het ware de stroom. We renden ze een stuk vooruit om ze vervolgens weer op te wachten en hoewel de foto’s wellicht niet al teveel laten zien, heb ik toch het idee dat ik er een goeie close-up van heb weten te maken. Fantastisch, zo speels als ze sprongen, dicht bij elkaar blijvend, zoevend door het water. Je kunt je op zo’n moment niet voorstellen dat deze beestjes een gevaar kunnen zijn voor een zielig alleen zwemmende haai. Vergis je echter niet als solo haai…een school dolfijnen in je buurt en ‘you’re fucked’! Letterlijk…ja, was voor mij ook een schok toen ik dat feitje hoorde. Wederom een bewijs dat schijn bedriegt…

We vervolgden onze wandeling richting de vuurtoren en vlak voordat we daar aankwamen passeerden we het meest oostelijke puntje van Australië. Ik schijn ook op het meest westelijke puntje te zijn geweest, Denham (plaatsje bij Monkey Mia), maar daar ben ik me niet zo bewust van geweest. Bovendien stond daar ook vast niet zo’n duidelijk bord als hier, anders had ik het nog wel geweten :-).

Na de vuurtoren bogen we af richting Tallow Beach, een gay beach en doken toen het bos in. Geen prettige wandeling met alleen je slippers aan, maar het was wel weer eens goed om in beweging te zijn. Eenmaal uit het bos namen we de weg weer terug naar Wategos Beach waar we een ijsje aten en besloten terug te gaan naar de camping waar we nog wat gezwommen en gerelaí hebben in het zwembad van de camping.

De volgende dag begon voor mij met een paar uur achter een computer, terwijl John ging zwemmen bij de Main Beach. Rond lunchtijd spraken we daar af en slenterden een beetje door de straten. We brachten een bezoek aan een fotograaf welke fantastische foto’s van Byron Bay maakt en deze vergroot of niet vergroot verkoopt aan liefhebbers. Mocht je nieuwsgierig zijn dan kun je altijd even de website bekijken –> ByronImages: www.johnderrey.com. We hebben verder een uurtje doorgebracht in een souvenirwinkel waar we naast het kopen van souvenirs, allerlei cd’s hebben laten opzetten. Van zweverige maar ook coole bands (veelal plaatselijke) welke vooral de didgeridoo gebruiken (natuurlijk heb ik een paar cd’tjes geconfisqeerd). En ik kon het ook niet laten om in een gezellig druk en kleurrijk zaakje mijn aura te laten fotograferen. Ik ben nu in het bezit van een prachtige foto waarop ik slechts te herkennen ben aan mijn rode expressieve kant, mijn oranje zelfbeeld en mijn geelgekleurde nabije toekomst. Een uitleg daarbij was niet geheel verrassend, dus een aanrader om dit eens te laten doen, mocht je de kans hebben.

De rest van de middag hebben we (ja, zelfs ik) de golven op Wategos Beach getrotseerd en ik kan je vertellen dat het dragen van een bikini dan geen goed idee is. Die van mij verhulde op een gegeven moment niet meer ál mijn edele delen en dus vond ik het na een half uurtje stoeien met de golven wel weer genoeg geweest.

Die avond zou David vanuit Brisbane naar Byron Bay komen voor het weekend en we hadden ’s avonds in de bar van het Beach Hotel afgesproken. In de bar zelf was het er een beetje een boerenbende dus bleven we hoofdzakelijk buiten op het terras totdat David zou komen. Maar die kwam maar niet dus verplaatsten we ons naar het gras voor de bar (en naast het strand) om naar de live muziek te luisteren van een didgeridoo speler die het geluid van zijn instrument redelijk cool wist te mixen met electronische muziek. Het was een hippie sfeer met allemaal heen en weer wiegende mensen en her en der een enkeling die met sierlijke bewegingen op de muziek bewoog. Ook daar echter geen David.

Een ‘club’ in de straat was onze laatste stop. We zouden het niet te laat maken die avond want de volgende morgen moesten we vroeg terug naar Brisbane zodat John zijn vlucht kon halen. Net toen we de bar wilden verlaten stond David voor onze neus. Hij had wat Zweedse meisjes meegenomen uit het hostel waar hij verbleef die ons gelijk omhelsden en vriendelijk naar ons glimlachten. 10 Minuten later besloten we dan toch te vertrekken maar natuurlijk niet zonder dat we weer een knuffel van de dames kregen die het zo ‘very very nice’ vonden om ons te hebben ontmoet. Ik wed dat hun aurafoto een combinatie van goud, roze en een beetje blauw zal zijn geweest. Peace man!   

Foto’s dag 62 + 63 

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Back to the sixties!

Byron Bay, woensdag 17 januari 2007

Hey, dinsdag 16 januari Brisbane en woensdag 17 Byron Bay? Maar er is nog niets geschreven over Brisbane! Dat klopt! In principe was Brisbane nl. geen echte stop voor ons. Feit dat John de 20e zou vertrekken, de auto dan weer ingeleverd moest worden en Byron Bay  en de route er naartoe het enige was waarbij de auto toch nog wel van pas zou komen, deed ons besluiten slechts de avond van de 17e en de ochtend van de 18e in Brisbane door te brengen. Ook geen ramp, want wanneer de auto zou zijn ingeleverd zou ik nog gewoon een paar dagen in mijn up Brisbane kunnen bezichtigen.

Gedurende de avond hebben we de grote winkelstraat (Queen Street) afgewandeld waar ik ben geconfronteerd met mijn gemis aan mode kennis. Merken als Gucci en Prada zeggen me nog wel iets, maar ooit van Louis Vuitton gehoord? Nou, ik dus niet, maar volgens mijn Engelse reisgenoot zouden alle vrouwen een tasje van dat merk in hun bezit willen hebben (zo’n 1000 euri!!). Waanzin natuurlijk. In Queen street vind je verder vele open air restaurantjes midden in de straat, met aan weerszijden de winkels, waar we bij Jimmy’s een hapje hebben gegeten. Onze wandeltocht ging die avond verder over de Victoria Bridge (en daarmee over de Brisbane river) en we hoopten niet ver te zijn van het stadsstrand maar we vonden het niet zo snel en ach, ik zou later nog wel tijd hebben het te vinden dus teruglopen vond ik prima.

De 17e zijn we ’s morgens naar een oude observatietoren gereden waar we een aardig uitzicht op de rivier hadden. De rest kwam later, time to go! De Sunshine Coast ging over in de Gold Coast toen we afdaalden richting Surfers Paradise. Het plaatsje heeft een opvallende skyline van hoge apartementencomplexen, een mooi, schoon, wit strand en het is heel populair bij de reizende jeugd. Had ik alleen gereisd dan was ik zeer waarschijnlijk met mijn 20 jarige reisgenootjes hier beland om een paar dagen te feesten en op het strand te hangen. John en ik kwamen er, als 30ers, puur om te lunchen en om de sfeer een beetje te proeven. 😉

Zo’n 30 km. ten zuiden van Surfers Paradise maakte John een stop in Coolangatta. Voor mij had het niet gehoeven, ik lag net lekker in te dutten, maar wederom is het handig als je met iemand reist die af en toe van het geplande pad afwijkt want Coolangatta heeft net zo’n mooi strand als Surfers Paradise, maar het is er een heel stuk rustiger. Het stadje zelf telt ook niet meer dan 4000 inwoners tegenover de meer dan 18000 van Surfers Paradise. Het had een fantastische plaatsje geweest om te kamperen, maar dan zouden we Byron Bay moeten overslaan en dat wilde ik toch niet.

Byron Bay heeft fantastische stranden…de zee heeft een perfecte temperatuur voor duikers…het plaatsje ligt temidden van een prachtige natuur…wildlife in de zee en op het land trekt ook zeker veel menen aan…maar waarom mensen echt naar Byron Bay komen? Omdat het nog altijd een jaren 60 sfeer herbergt. Jong en oud loopt zweverig door de straten. De sfeer is relaí en iedereen is aardig. Ik rook nog niet eens zoveel wiet om me heen, maar ongetwijfeld zullen daar de menige jointjes rond gaan. Een stukje uit de richting van het zoemende centrum vonden we de beste camping tot nog toe: goedkoop en schoon en met gras waar je tentharingen gewoon blij van worden. Eindelijk werden ze met liefde behandeld in plaats van dat ze op hun kop kregen met een schoen of een harde kei. De campingbeheerders waren ook nog eens zo vriendelijk om ons nadien een rondleiding te geven in zo’n golfbuggy, want het was al donker. Dat we binnen 3 minuten weer terug bij de receptie waren was dan wel even een verrassing, maar van mij kregen ze alvast een pluim voor de extra service.

Foto’s dag 61 

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Crikey!

Brisbane, dinsdag 16 januari 2007

Met een kater zijn we ’s morgens vertrokken. We namen dezelfde weg die we een paar dagen eerder ook hadden gereden maar dit keer waren we wat minder gespannen omdat we niet links en rechts naar motels hoefden te zoeken.

Op weg naar Brisbane namen we de afslag naar de Australian Zoo. Iedereen kent inmiddels Steve Irwin en iedereen heeft een mening over hem welke niet eens altijd zo positief is. Toch is hij in Australië erg geliefd en gewaardeerd. De zoo aan de Sunshine Coast is niet zozeer zijn initiatief geweest. Zijn ouders zijn er in de jaren 70 mee begonnen, eerst met wat reptielen en vervolgens kwamen er krokodillen bij. Krokodillen die gered zijn uit de handen van stropers, jagers en waar in de dierentuin goed voor gezorgd wordt. Ook dieren die met uitsterven bedreigd worden, worden er opgevangen in de hoop dat ze er gaan paren en de diersoort zich weer op de kaart kan zetten. Het park is in al die jaren groot geworden en er is een plattegrond nodig om je er doorheen te loodsen. Een klein treintje helpt ook de afstanden her en der te overbruggen.
De hele dag worden er diverse shows opgevoerd, waarvan de grootste in het Crocoseum. Als je hier aankomt waan je je in een groot theatercomplex in de openlucht. Het is er druk, er is keuze te over wat betreft afhaalrestaurantjes, hier hamburgers met friet, daar chinees, weer ergens anders hotdogs of andere broodjes enzovoorts. Iedereen eet aan lange tafels totdat het half 2 is en de show begint. Massaal loopt iedereen het Crocoseum binnen en zoekt een plekje. De naam zegt het al, krokodillen worden hier door water naar binnen geloodsd, er wordt over ze verteld en ze worden gevoerd. En is de eerste ring vol, dan nog zie je alles goed doordat de gebeurtenissen op een scherm aan beide zijden van het ‘stadionnetje’ worden vertoond. De begeleiders in het veld zijn voorzien van een microfoon aan hun hoofd dus alles is verstaanbaar. Zeker het luide ‘Crikey’ nadat een krokodil naar het aangegooide voer is gesprongen. Ik heb me een tijdje afgevraagd wat Crikey nu betekende en heb uiteindelijk begrepen dat het een uiting van verbazing is. Zoals de Amerikanen in hun reclames ‘It’s AMAZING’ roepen, schrikken Steve en zijn personeel iedereen op met CRIKEY!
Na de show stroomt het stadion leeg en gaat iedereen zijn eigen weg, richting de koala demonstratie of richting het veld met de kangaroos, of op zoek naar nog meer krokodillen, want dat is en blijft de specialiteit van de dierentuin.

Zo’n 4 maanden voor ons bezoek is Steve overleden. Da’s niet lang terug en net als in New York na 9/11 was ook hier een lang hek dat vol hing met voornamelijk shirts. Een herdenkingsplaats voor zijn bewonderaars. De shirts waren allemaal gelijk, allemaal kaki blousen, het kledingstuk dat Steve Irwin altijd droeg. Velen hebben er een tekst op geschreven om hun deelneming te betuigen. Het schijnt dat de man in de dierentuin begraven ligt, maar natuurlijk weet niemand waar.

Onze weg ging verder naar de dingo’s, de wolfachtige honden van Australië, en de wombats, een kruising tussen een beer en een das. Het beestje dat wij zagen was hardleers maar ook een doorzetter. Hij probeerde via een rots op een andere rots te springen maar dit mislukte elke keer. Waarom weet ik niet, want zo groot was de afstand niet. Desondanks rende hij dan weer om de ene rots heen, klom er weer op en sprong. Over and over again…

Onze rit moest weer worden voortgezet en we maakten nog 1 stop voordat we Brisbane binnen reden. De Glass House Mountains, vulcanische pieken van miljoenen jaren oud en beschermd gebied vanwege de spirituele betekenis van de bergen voor de Aboriginals. Ookal weet je niet dat ze heel wat waard zijn voor dit volk, dan kun je het wel raden als je de namen ziet van de bergen (zie beschrijvingen in de foto’s). Zeker een mooi gebied om te wandelen, hadden we iets meer tijd gehad, maar Brisbane riep en dit keer wilde ik een stad binnen komen terwijl het nog licht was zodat we nog op tijd een slaapplaats zouden kunnen vinden en niet weer ergens op een parkeerplaats zouden hoeven slapen.

Foto’s dag 60 

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Nóg een dagje strand doen dan?!

Noosa, zondag 14 en maandag 15 januari 2007

Ondanks dat het kopje aangeeft dat dit verhaal op zondag de 14e januari verder gaat wil ik toch nog iets kwijt over de zaterdag. Zoals vermeld reden we die middag na onze tour direct door naar Noosa. Alles ging goed en ook de stemming zat er goed in toen we Noosa Heads binnen reden, restaurantjes, cafeetjes, een relaxte en gezellige sfeer. Het was per slot van rekening ook zaterdagavond dus dat kon niet anders. Ik kon niet wachten om me tussen de rest van de Noosa-gasten te begeven, maar dan moesten we wel eerst snel een slaapplaats vinden. En dat lukte dus niet. Alles zat vol, van de hostels tot aan de grote en dure hotels. We hebben het geprobeerd in Noosa Junction, het commerciële centrum van Noosa en Noosaville, met zijn vele apartementen- en hotelcomplexen maar de bordjes met ‘no vacancy’ dreven ons steeds verder weg. We reden Noosa beetje bij beetje dan ook maar uit om een motel o.i.d. te vinden. Die waren dan wel dicht of vol. Voordat we het wisten reden we door richting Brisbane, Noosa dus ver achter ons latend! We hoopten bij het vliegveld van Brisbane een hotel te vinden maar ook die vlieger ging niet op. Op de verlaten luchthaven heb ik nog wat gratis nummers ingedrukt van hotels die zich op zo’n zuil promoten, maar het was bijna middernacht en er werd niet opgenomen of ik kreeg een slaperig ‘fully booked’ als antwoord. Moe en ten einde raad hebben we de auto geparkeerd op de parkeerplaats van een Formule 1 hotel en zijn aldaar in slaap gevallen. ’s Morgens zijn we vol goede moed weer teruggereden naar Noosa en hebben bij het eerste de beste hostel de hoogste prijs betaald voor een kamer. Als ik iets niet meer wilde dan was het zoeken naar goedkope en goeie accomodatie, dit was prima!

Een dag relaxen was aangebroken en zo liet ik mij rijden naar KFC voor een lunch en vervolgens naar Sunshine Beach (vroeger Golden Beach genaamd). Mijn hersenen hebben vanaf dat moment echter niet veel opgeslagen. Volgens mijn reisgenoot zijn we daar toch een paar uur geweest en heeft hij er in de zee gezwommen. Waren er veel golven? ‘Ja, heel veel golven, daar staat het strand nl. om bekend!’ Oh, vandaar dat ik niet mee ben gaan zwemmen. Was het er druk? ‘Ja, best wel, het was een lang strand, mooi ook en er waren veel mensen en er was een guard op het strand…en om er te komen moesten we een stranderige houten trap af, niet ver hoor’. Vaag komt het terug. Heb ik er gelezen misschien? ‘Nee, volgens mij niet, je was alleen aan het zonnebaden.’ Aha, nou, ik zal dan wel in coma zijn geraakt daar want ik kan me er niet veel meer van herinneren.

Wel weet ik dat John diezelfde dag in Noosa Heads (vlakbij ons hostel) wederom naar het strand ging terwijl ik een internetcafeetje op zocht. We zullen dus inderdaad een aantal uur op het strand bij Sunshine Beach gezeten hebben anders had ik niet al genoeg van het strand gekregen. 🙂

Door vroeg te gaan slapen die avond waren we de volgende dag wat aktiever en zijn we naar het nationaal park gegaan van Noosa. Je had er verschillende wandelroutes en wij kozen de Coastal Track. Zo kwamen we langs de Boiling Pot waar ik nu niet bepaald borrelend water zag beneden me, voorbij Tea Tree Bay, waar ongetwijfeld Tea Trees onderaan de rotsen stonden maar ik ze toch niet zou weten te herkennen, en passeerden we Dolphin Point. Ik heb me rot getuurd, maar geen dolfijn te zien. Alexandria Bay, een lang strand aan het oosten van het park, zou voor wat meer excitement zorgen aangezien het een nudistenstrand zou zijn. Het is er niet verplicht om uit de kleren te gaan gelukkig maar het mag wel. Degenen die wel zo dapper waren lagen echter wel in de hoekjes van het strand waar je ze niet zo snel zou passeren tenzij je echt naar ze toe zou lopen. Via het bos zijn we terug gelopen naar de parkeerplaats en toen vonden we, na zo’n 3 uur wandelen, dat we wel weer een ritje met de auto mochten maken. Zo gezegd, zo gedaan, zijn we naar de Laguna Lookout gereden waar vandaan we uitkeken op een stukje strand van Noosa Heads en door de bomen heen aan de andere kant ook uit konden kijken op Noosa Junction en de Noosa rivier.

De avond was er om te genieten van Noosa en de gezelligheid die we hadden gezien op de avond dat we eigenlijk waren aangekomen maar wegens gebrek aan accommodatie niet hadden kunnen blijven. Helaas was het weekend een beetje voorbij en was het minder druk dan die ene zaterdag. Desondanks hebben we ons wel weer weten te vermaken met lekker eten, lekkere wijn, wat willekeurige voorbijgangers en later in een club ik met deze en gene op de dansvloer en John met wat locals aan de bar. Voor ieder wat wils!

Foto’s dag 59   

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Cruisen in een zandbak!

Hervey Bay, Fraser Island, vrijdag 12 en zaterdag 13 januari 2007

Rond een uur of 10 bracht de ferry ons weer terug naar het vasteland waar we onmiddellijk de autodeuren opengooiden om de hitte eruit te laten voordat we er ook maar in durfden te gaan zitten. We hadden een redelijk lange reis voor de boeg. Zo’n 400 km. naar Hervey Bay, uitvalbasis voor Fraser Island. Zonder al te veel stops kwamen we er aan het einde van de middag aan. Het was er iets minder warm dan waar we vandaan kwamen waar we natuurlijk heel blij mee waren want hoewel ik een voorstander ben van hitte is te lang en te veel simpelweg niet altijd leuk. En hoe lekker het ook is om altijd maar in korte broek te lopen vond ik het ook wel eens lekker om die avond mijn lange broek aan te trekken.

We vonden er een goedkope all you can eat Chinees waar we ons helemaal vol hebben gegeten. Zouden we vaker moeten doen: goed, gezond en goedkoop (magische 3 g’s!) Had daarna graag wat willen bloggen maar het enige internetcafeetje in de straat was druk en sloot ook nog eens om half 10!

De volgende dag stonden we alweer vroeg op om opgehaald te worden door de bus voor onze dagtour die dag naar Fraser Island. Ik had eigenlijk graag een meerdaagse tour gemaakt met een jeep over het eiland, want daar had ik zoveel goeie verhalen over gehoord, maar de tijd begon te dringen omdat we voor de 20e in Brisbane moesten zijn omdat John dan terug naar huis zou vliegen en voor die tijd wilde ik toch wel zoveel mogelijk gezien hebben. En met de auto kom je toch echt op de meeste plaatsen.
Bij de haven moesten we onze vouchers eerst omwisselen voor echte tickets en kon de reis beginnen. De boot zat nokkie vol met van alles en ik vroeg me af hoeveel tourbussen er wel niet op dat eiland ons zouden opwachten! Slechts 2, zo bleek later. Eentje voor de dagtour en eentje voor de 2-daagse tour. De bus was op zich al het aanschouwen waard. Grote 4WD wielen met flinke schokdempers. Het was gewoon een soort uitgetrokken overkapte jeep! Eenmaal op je stoel werd je streng verplicht tot het vastmaken van je veiligheidsgordel en nodig was dit zeker! Fraser eiland is eigenlijk 1 grote zandbak met een hoop bos en wat meren. Er zijn geen wegen aangelegd dus je wordt vervoerd over zandpaden. En dat mulle zand ligt niet plat waardoor je omhoog en omlaag gesleurd wordt in je stoel en dus blij bent dat je een gordel om hebt. De paden zijn niet voorzien van een harde ondergrond waardoor je je dus ook heel gemakkelijk met je gehuurde jeepje kunt ingraven. En als dit dan gebeurt dan hou je de boel op en je komt er bovendien niet eenvoudig uit, tenzij je hulp krijgt van een aardige buschauffeur (zoals de onze) die aan een tijdschema zit en gebaat is bij zijn hulpverlening.

Zo’n 7 km. inwaarts was onze eerste stop, Central Station. Even ter info, het eiland is 5 tot 25 km. breed en heeft een lengte van 122 km. We kregen er een rondleiding van onze gids welke ons vertelde dat je door het bosachtige uiterlijk van het eiland niet zou denken dat het compleet uit zand zou bestaan, maar dat dit toch zo is. Het eiland bevat verder honderden zoetwatermeren en we zouden later naar de bekendste en mooiste hiervan gaan. We maakten een wandeling door het regenwoud waar we her en der naar de vinger van onze gids keken wanneer hij ons weer een speciale plant aanwees. We passeerden Wanggoolba Creek welke door het regenwoud stroomde en eindigden het rondje weer bij de bussen.

De tocht ging voort naar de ‘snelweg’ een lang stuk stevig strand, ook wel Seventy-Five Mile beach genoemd. Het was er best druk met jeeps en bussen en het leek ook net een snelweg, erg apart. Een wrak van het schip Maheno was onze volgende stop. Dit scheepswrak ligt hier sinds 1935 en is een grote roestbak waar iedereen foto’s van neemt (ik bleef natuurlijk niet achter). Achter ons waren de pinnacles (pieken van opgestapeld gekleurd zand), ook een highlight. En dan was er de keus om of terug te rijden met de bus naar Eli Creek of door een vliegtuigje na een korte rondvlucht boven het eiland daar afgezet te worden. Ik koos natuurlijk voor vliegen, ookal viel dat een beetje tegen. Ik denk dat ik het mooiste gedeelte nog vond dat je vanaf boven op de autootjes neer kon kijken die daar op het strand crossten alsof het dus een snelweg was. Verder heb ik een hoop bos van boven gezien en diverse meren. Eentje heette butterfly en die snapte ik, want het zag er ook zo uit.

Afgezet bij Eli Creek liepen we de boardwalk af naar het begin (of einde?) van de creek en liepen we door het water weer terug naar het einde (of begin?). Mooi helder water hoor en zeker leuk om er doorheen te lopen totdat je weer op het strand staat, maar het mooiste moest toch echt nog komen en dat kwam er! Ná de lunch (ja, die ozzies weten de spanning erin te houden 🙂 ).

Lake McKenzie, het mooiste zoetwatermeer van het eiland gelegen aan een strand met zand zo zacht als satijn, oh, ik had er uren kunnen blijven. Het water was prachtig blauw en op die momenten ben ik toch wel heel blij dat ik de mogelijkheid heb om dit soort mooie plekjes te zien, met name te ervaren, want zien kunnen jullie ook (door de foto’s te bekijken). Werkelijk weer een bezoek dat in mijn top 10 lijstje van Australië gaat.

Jammer maar helaas moest de reis terug naar Hervey Bay alweer worden ingezet, alwaar we de auto pakten en gelijk door zijn gaan rijden richting Noosa…

Foto’s dag 57

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Eén van de mooiste plekjes op aarde…

Rockhampton, Great Keppel Island, woensdag 10 en donderdag 11 januari 2007

De woensdag begon bij een Macdonalds met een EggMc Muffin. Zoals Alex dat heel mooi kon zeggen ‘ik ben blij dat ik het geprobeerd heb’….mij maak je blijer met een gewoon gekookt ei of een uitsmijter.

We hadden een lange rit te gaan. Zo’n 500 km. zouden we die dag gaan afleggen om in Rockhampton te komen. Van daar waren we vlakbij Great Keppel Island. Was ik alleen geweest dan had dit eilandje me waarschijnlijk niet opgevallen, maar John wilde er graag naartoe. Buiten dat ik dankbaar was dat hij met mij meereisde (en de enige chauffeur was puur omdat ik (nog) niet durf) weet ik van mijn reis in ZA dat je je af en toe moet laten meeslepen door je reisgenoten om op plaatsen te komen waar je anders niet aan zou hebben gedacht.

Behalve een hoop toiletstops hebben we er geen gemaakt waardoor er weinig anders te verhalen valt tot bij aankomst in Rockhampton, de capital of beef!! Moe van de reis gingen we na het vinden van een slaapplaats op zoek naar een leuk restaurantje. Het leek er echter wel een spookstad want ondanks dat we dachten in het centrum van Rockhampton te zitten, aan de Fitzroy River, leek gezelligheid en volk ver te zoeken. Uiteindelijk belandden we in een provisorisch torentje aan het water waar ik een lekkere biefstuk dacht te gaan eten. Het was een biefstuk, dat zeker, maar lekker…nee (ben natuurlijk verwend doordat ik ooit de lekkerste biefstukken in Argentinië heb mogen eten).

Zonder het gevoel iets te missen van Rockhampton zijn we donderdags vroeg naar Yeppoon gereden, zo’n 30 km. van Rockhampton. Vanuit Rosslyn Bay (7 km. ten zuiden van Yeppoon) gaat nl. de ferry naar Great Keppel Island, een eiland van 14 vierkante meter waarvan 90% bestond uit bos. De overtocht was kort (zo’n 15 km.). De avond ervoor hadden we de tickets al geregeld, de camping op het eiland en we hadden ook al wat handbagage samengesteld voor 2 dagen zodat we de auto met het meeste van onze spullen konden achterlaten.

Rond 11en stapten we van de ferry in het water en vervolgens op het witte zand van Fisherman’s beach. Niet echt fijn zand om in te lopen dus we waren blij dat we onze bagage in een aanhangwagentje mochten dumpen. Zelf moesten we dan 200 meter naar links lopen en dan naar rechts en dan zouden we bijna bij de camping zijn. Het vervelende van het zand was dat het makkelijker liep op blote voeten, maar het zand zo verschrikkelijk heet was dat je toch echt je slippers aan wilde laten, met als gevolg dat je dus moeilijker liep.

De camping was een regelrecht aanfluiting. We kregen een stukje zand toegewezen waar een gaasachtig doek overheen hing om de zon een beetje te weren. Probeer je tent maar eens goed vast te zetten in van dat heerlijke losse zand! Het lukte redelijk, alleen begonnen we maar niet aan de buitentent. Die zouden we voor het slapen gaan er wel gewoon overheen gooien.

Maargoed, een paar uur later waren we die ergenis alweer helemaal vergeten toen we in een kayak zaten riching Halfway Island. Een klein onbewoond eilandje niet ver van Great Keppel. Wederom had ik geluk met John, aangezien hij thuis in Jersey regelmatig in zijn eigen kayak de zee op gaat om te vissen dus kwamen we ook nog tegen de stroom in vooruit!

Op Halfway Island namen onze gidsen, een jong koppel, ons mee naar boven waardoor we de andere kant van het eiland konden zien en Great Keppel een stukkie verder. Op het strand kwamen de tapas te voorschijn en hebben we gezellig gekeuveld met onze gidsen en nog een ander koppel dat mee was. Er was ook nog even tijd om er wat te snorkelen maar veel visjes heb ik er niet gezien. Geen nood want we zouden nog 1 stop maken op de terugweg. Bij een oude observatietoren bonden we de kayaks vast en lieten we ons met onze snorkelgear in het water vallen. De toren zat her en der onder het mos en de kleurrijke grote en kleinere vissen zwommen er in overvloed! Ik had nu een paar keer gesnorkeld in Australië, maar dit was werkelijk de beste keer! Je raakte gewoon niet uitgekeken. Jammer dat ik geen onderwatercamera bij me had, had het graag met jullie gedeeld.

Vol nieuwe energie door wat we net gezien hadden peddelden we terug naar Great Keppel waar we nog even in de zee zwommen alvorens wat te gaan drinken. Voorbij een soort snackbar en een grote kroeg kwamen we bij het hotel uit waar de rijke gezinnetjes zaten. Die werden vermaakt door een pianist op de binnenplaats, maar wij kozen ervoor een cocktail te drinken in de bar boven en getuige te zijn van een prachtige zonsondergang. Na een stukkie pizza bij de snackbar leek de grote kroeg wel gezellig te zijn. Ze hielden er een pubquiz waar we aan mee besloten te doen. We vielen een beetje laat in, maar hebben toch nog wat vragen goed weten te beantwoorden. Net zoals vele anderen streken we wat later met een biertje neer op het gras vlak voor het strand. Er was weinig verlichting waardoor je op je rug een sterrenhemel boven je had waar je u tegen zegt. En dit had ik wanneer ik in mijn eentje zou zijn geweest overgeslagen??! Het was er prachtig! Heerlijk! Fantastisch! Behalve dan die vervloekte camping…

Foto’s dag 55

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties